Van reguliere dijkversterking naar Nature Based Solution

10-9-2026

Dijkversterking

Bekijk hoe Lena Ten Wolde haar onderzoek uitvoert en ontdek welke rol Nature-based Solutions kunnen spelen in toekomstige dijkversterkingen.

Hoe sediment, natuur en samenwerking elkaar vinden in een integrale aanpak

Een dijk die niet meer voldoet aan de veiligheidsnorm. In Nederland leidde dat jarenlang vrijwel vanzelfsprekend tot eenzelfde oplossing: versterking van de dijk met steen, beton of andere primaire bouwmaterialen. Bij Moerdijk-Drimmelen wordt een andere route verkend. Kees Sloff, specialist Rivieren bij Deltares en de TU Delft, Wilbert van den Bos, afdelingshoofd Vakgroep Water en Omgeving bij WSP en Laurens Baars, senior adviseur bij Rijkswaterstaat weten er meer van.
  
Hier wordt niet alleen gekeken hoe de dijk sterker kan worden, maar vooral hoe de belasting op de dijk kan worden verminderd. Door buitendijks voorlanden met getijdennatuur aan te leggen, worden golven afgeremd voordat zij de dijk bereiken. Daarmee verschuift ook het denken over waterveiligheid. Niet langer staat alleen de dijk centraal, maar wordt gekeken naar het hele systeem daaromheen. Door natuurlijke processen slim te benutten, ontstaat een oplossing die tegelijkertijd bijdraagt aan waterveiligheid, natuurherstel en een duurzamer gebruik van beschikbare grondstoffen.

Voor de Proeftuin Sediment Rijnmond is het gebied bij Moerdijk-Drimmelen daarmee veel meer dan een innovatief dijkversterkingsproject, zo vertelt Kees Sloff namens Deltares. “Het is een praktijkvoorbeeld van de manier waarop we met partners van de Proeftuin werken aan een andere benadering van sediment: niet als restproduct, maar als een waardevolle bouwstof binnen natuurlijke oplossingen.”

Meer dan een technische innovatie
De aanleiding voor het project is een reguliere dijkversterking. Maar gaandeweg werd duidelijk dat verschillende organisaties in hetzelfde gebied aan opgaven werken die elkaar kunnen versterken. Het Waterschap Brabantse Delta werkt hier aan een veilige dijk en verkent de mogelijkheden om met de ontwikkeling van buitendijkse voorlanden de golfbelasting op de dijk te verminderen. Rijkswaterstaat ziet kansen om met deze ontwikkeling  bij te dragen aan de ecologische ambities van de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW). En de provincie Noord-Brabant onderzoekt hoe deze nieuwe natuur ook kan bijdragen aan de Natura 2000-hersteldoelen voor de Biesbosch. 

“Samen werken we hier aan een beter begrip van hoe natuur en techniek elkaar kunnen versterken in de waterveiligheid van Nederland”, vertelt Wilbert van den Bos. “In plaats van de opgaven afzonderlijk uit te voeren, ontstaat zo één gezamenlijk ontwerp waarin waterveiligheid, natuurontwikkeling én duurzaam sedimentgebruik elkaar versterken. Die integraliteit is een grote meerwaarde van dit project en deze aanpak, zeker ook voor de Proeftuin.” 

Rijkswaterstaat neemt de regie over de ontwikkeling van de buitendijkse voorlanden, in nauwe samenwerking met Waterschap Brabantse Delta en de andere betrokken partners. Als senior adviseur is Laurens Baars nauw betrokken. “Dankzij die samenwerking met de Proeftuin hebben we nu een ontwerp kunnen maken waarin het slim gebruik van slib en zand een sleutelrol speelt in het vergroten van waarde voor natuur en waterveiligheid. Ik kijk uit naar de volgende stap als we echt aan de slag gaan met zowel realisatie als ook monitoring na de aanleg. We doen hier hele waardevolle ervaringen op, laten we die vooral ook inzetten bij andere projecten.” 

Juist die samenwerking maakt het project ook voor de Proeftuin Sediment Rijnmond bij uitstek waardevol. “Niet alleen de technische oplossing is vernieuwend”, zo stelt Kees Sloff. “Ook de manier waarop verschillende organisaties hun kennis, belangen en verantwoordelijkheden weten te verbinden. Daarmee ontstaat een oplossing die veel meer oplevert dan de som der delen.”

Het juiste sediment op de juiste plek
De bijdrage van de Proeftuin ligt niet in de uitvoering van het project, maar in de kennisontwikkeling die nodig is om dit soort oplossingen mogelijk te maken. Een belangrijk onderdeel daarvan is de inzet van zand en fijnere delen. Bij het onderhoud van vaarwegen komt jaarlijks veel sediment vrij. Lange tijd werd dat vooral gezien als een reststroom die moest worden afgevoerd. De Proeftuin onderzoekt juist hoe dit materiaal opnieuw kan worden ingezet als secundaire bouwstof.

Daarbij staat niet de vraag centraal hoe zoveel mogelijk sediment kan worden toegepast, maar hoe het juiste sediment op de juiste plek de grootste maatschappelijke meerwaarde kan opleveren.

Ecologen, ingenieurs en sedimentdeskundigen werken daarom nauw samen aan het ontwerp van de voorlanden. De samenstelling van de bodem bepaalt immers welke vegetatie zich kan ontwikkelen en welke natuurwaarden uiteindelijk ontstaan. Op sommige plekken is een zandige ondergrond gewenst, terwijl op andere locaties juist een groter aandeel slib zorgt voor betere omstandigheden voor getijdennatuur. Sediment wordt daarmee niet gebruikt omdat het beschikbaar is, maar omdat het de juiste eigenschappen heeft om natuurlijke processen te ondersteunen.

Van restproduct naar waardevolle bouwstof
Die benadering verandert ook de betekenis van sediment, legt Wilbert van den Bos uit. “Waar baggerspecie vroeger vooral werd beschouwd als een materiaal dat moest worden afgevoerd, krijgt het binnen dit project een hoogwaardige toepassing in hetzelfde riviersysteem. Daardoor zijn minder primaire bouwmaterialen, zoals beton of steen, nodig. Ook worden transportbewegingen beperkt en neemt de uitstoot die samenhangt met winning, productie en het vervoer van nieuwe bouwmaterialen af.”

Sediment wordt zo geen doel op zich, maar een slimme bouwstof die meerdere maatschappelijke opgaven tegelijk ondersteunt. Waterveiligheid, natuurontwikkeling en duurzaam grondstoffengebruik komen samen in één oplossing. Het is de integraliteit waar Wilbert eerder al aan refereerde. 

Werken mét natuurlijke processen
En daarbij behoudt deze aanpak ook op de langere termijn zijn waarde. Een traditionele dijkversterking is grotendeels statisch. Wanneer een constructie na verloop van tijd niet meer voldoet, volgt opnieuw een ingrijpende versterking. Een natuurlijk voorland ontwikkelt zich juist verder.

Vegetatie groeit, sediment blijft zich afzetten en het systeem past zich aan de omstandigheden aan. “Mocht in de toekomst blijken dat delen van het voorland inklinken, dan kan opnieuw sediment uit het riviersysteem worden ingezet om het systeem aan te vullen en verder te ontwikkelen”, aldus Kees Sloff. “Daarmee ontstaat een oplossing die meebeweegt met natuurlijke processen, in plaats van daar voortdurend tegenin te werken.
Juist dat adaptieve karakter maakt deze Nature Based Solution zo interessant voor de toekomstige inrichting en de waterveiligheid van ons rivierengebied.”

Een leeromgeving voor de toekomst
Voor de Proeftuin Sediment Rijnmond is Moerdijk-Drimmelen daarom niet zomaar  een innovatieve dijkversterking. Het project laat volgens de heren zien hoe natuurlijke processen, sediment en samenwerking elkaar kunnen versterken wanneer organisaties bereid zijn over de grenzen van hun eigen opgave heen te kijken. De technische kennis die hier wordt ontwikkeld is belangrijk, maar minstens zo waardevol zijn de lessen over samenwerking, ontwerp, besluitvorming en uitvoering.

Want uiteindelijk zit de grootste innovatie misschien niet in het sediment zelf, maar in de manier waarop verschillende disciplines elkaar weten te vinden om samen oplossingen te ontwikkelen die meer opleveren dan wanneer iedere organisatie haar eigen opgave afzonderlijk zou uitvoeren.

Moerdijk-Drimmelen laat zien dat een dijkversterking veel meer kan zijn dan een technische ingreep. Het laat zien hoe één opgave kan uitgroeien tot een Nature Based Solution, waarin waterveiligheid, natuur en duurzaam gebruik van beschikbare grondstoffen elkaar versterken. “En precies dat is waar de Proeftuin Sediment Rijnmond zich voor inzet”, besluit Kees. “De kennis ontwikkelen die nodig is om dit soort oplossingen ook op andere plekken in Nederland mogelijk te maken.”

Proeftuin Sediment Rijnmond © 2025