We moeten anders leren kijken naar onze rivier

25-9-2026

PSR Rotterdam

Fotograaf: Walter Herfst

De Rotterdamse getijdenparken zijn meer dan nieuwe natuur: ze nodigen uit om onze delta anders te benaderen.

Over een paar jaar liggen langs de Maas drie bijzondere gebieden waar natuur, water en stad elkaar opnieuw ontmoeten. Het Rijnhavenpark, het Nelson Mandelapark in de Maashaven en het toekomstige Getijdenpark Feijenoord bij het Eiland van Brienenoord moeten Rotterdam niet alleen groener maken, maar ook klimaatbestendiger, gezonder en aantrekkelijker voor mens én dier.

Toch is de insteek van de gemeente Rotterdam volgens Laurence Peels, projectmanager Getijdenparken, veel breder dan de aanleg van drie nieuwe parken. “We moeten anders leren kijken naar onze rivier. En daarmee ook naar sediment." Precies die bredere blik vormt ook de kern van Proeftuin Sediment Rijnmond.

Niet alleen méér natuur, maar ook betere natuur

De aanleg van de Rotterdamse getijdenparken komt voort uit een duidelijke visie van het gemeentebestuur. Een groeiende stad vraagt om meer groen. Niet alleen om prettig te wonen, maar ook om hittestress te beperken, biodiversiteit te versterken en bewoners een gezondere leefomgeving te bieden. 

Daarom investeert Rotterdam met de stadsprojecten al jarenlang in nieuwe stadsparken en natuur. Het Rijnhavenpark, het Nelson Mandelapark en Getijdenpark Feijenoord zijn onderdeel van die ontwikkeling. Maar volgens Laurence is minstens zo belangrijk dát de rivier weer een plek krijgt in de stad. "Jarenlang hebben we de rivier vooral gezien als een vaarweg. Inmiddels beseffen we steeds meer dat het ook een levend ecosysteem is." En dat zien we nu al terug. Op het Eiland van Brienenoord heeft de bever zich gevestigd en ontwikkelt zich een steeds rijkere getijdennatuur. Het toekomstige Getijdenpark Feijenoord sluit daar straks naadloos op aan en vormt samen één aaneengesloten natuurgebied midden in het centrum van de stad.

Sediment is geen doel, maar een onderdeel van het systeem

Vanuit Proeftuin Sediment Rijnmond ligt al snel de vraag op tafel of deze getijdenparken ook worden aangelegd met hergebruikt sediment. Het antwoord daarop is minder eenvoudig dan het misschien lijkt. Voor de aanleg van de parken zijn in relatief korte tijd enorme hoeveelheden geschikt materiaal nodig. Dat materiaal moet niet alleen op het juiste moment beschikbaar zijn, maar ook voldoen aan strenge eisen op het gebied van kwaliteit en samenstelling. Daardoor blijkt het in de praktijk nog niet haalbaar om de benodigde volumes volledig uit lokaal vrijkomend sediment te halen.

Dat betekent volgens Laurence echter niet dat de ambitie verdwenen is. Integendeel, zo stelt ze. "We hebben het echt onderzocht. Maar dan merk je dat onze manier van organiseren eigenlijk de grootste belemmering is."

De echte opgave is samenwerken

Wat Laurence betreft ligt de grootste uitdaging niet in de techniek, maar in de manier waarop we Nederland organiseren. Woningbouw, dijkversterking, natuurontwikkeling en baggerwerkzaamheden worden meestal afzonderlijk gepland, afzonderlijk gefinancierd en uitgevoerd. Daardoor ontstaan nauwelijks kansen om vrijkomend sediment op het juiste moment opnieuw in te zetten. 

“Het ontbreekt nu aan die bredere blik”, aldus Laurence. “Een aanpak waarbij vanuit een veel integraler perspectief gekeken wordt naar vraag en aanbod.” Juist daar ziet ze de grootste opgave voor de komende decennia. Niet denken vanuit losse projecten, maar vanuit het gehele systeem. "Je zou juist moeten kijken hoe je gebiedsontwikkeling, natuurontwikkeling en grondstromen veel slimmer met elkaar kunt combineren."

Daarvoor is volgens haar niet alleen een andere planning nodig, maar vooral een andere manier van denken. Ruimte reserveren langs de rivier. Werken met een langere tijdshorizon. En accepteren dat natuurontwikkeling soms tijd nodig heeft.

Programma's verbinden

Die systeemverandering ziet Laurence ook terug in de vele programma's die momenteel naast elkaar lopen. Zo werkt NL2120 aan een toekomst waarin natuurlijke processen – zogenaamde Nature-based Solutions – een vanzelfsprekend onderdeel worden van oplossingen voor klimaatadaptatie, waterveiligheid en een gezonde leefomgeving.

Tegelijkertijd bouwt Rivier als Getijdenpark XL aan een gezamenlijke langetermijnvisie voor een aaneengesloten netwerk van getijdennatuur in de Rijn-Maasmonding. En binnen Proeftuin Sediment Rijnmond 2.0 werken overheden, kennisinstellingen en marktpartijen aan nieuwe toepassingen voor sediment.

Volgens Laurence hebben al deze initiatieven uiteindelijk hetzelfde doel. "Ieder voor zich doen we al veel goede dingen. Maar juist als we die programma's beter met elkaar verbinden, kunnen we nog sneller leren en  meer bereiken."

Stap voor stap

Dat betekent niet dat Rotterdam stilzit totdat alle puzzelstukken op hun plek vallen. Integendeel. Zo onderzoekt de gemeente op meerdere manieren hoe sediment een nieuwe bestemming kan krijgen. Zo wordt op het Eiland van Brienenoord geëxperimenteerd met een vissenhotel waarin baggerspecie is verwerkt tot bouwmateriaal voor een ecologische voorziening. Ook wordt onderzocht hoe stortstenen van baggerspecie kunnen worden toegepast in de openbare ruimte. Ze laten zien dat Rotterdam breed verkent welke mogelijkheden sediment biedt.

Een pleidooi voor de lange termijn

Wie naar Laurence luistert, hoort uiteindelijk geen verhaal over baggerspecie of getijdenparken. Het is vooral een passievol pleidooi voor een andere manier van kijken. Naar onze rivier. Naar onze delta. En naar de manier waarop we natuur, waterveiligheid, woningbouw, gezondheid en sediment met elkaar verbinden.

Proeftuin Sediment Rijnmond 2.0 ziet zij vooral als een belangrijke stap in een veel grotere beweging. "PSR is een begin. We zijn er nog niet. Maar als we de komende decennia anders leren kijken naar sediment, naar onze rivier en naar lange termijn gebiedsontwikkeling, dan kiezen we pas echt voor een duurzame aanpak."

Proeftuin Sediment Rijnmond © 2025